‘We leren van elkaar, of je nu zorgverlener bent of bestuurder’
Ze was wijkverpleegkundige toen ze het Van Kleef Instituut leerde kennen. Nu zit Frida van der Sloot als bestuurder van De Zellingen aan tafel. ‘En nog altijd staat de inhoud van de zorg centraal. VKI geeft onze zorgprofessionals een stem en zoekt naar kennisvormen en leermethoden die hen raken. Hoe bijzonder is dat?’
Je kent VKI bijna vanaf het begin. Hoe heb jij VKI zien veranderen?
‘Als verpleegkundige bezocht ik vooral zelf bijeenkomsten. Als lid van de programmaraad en nu als bestuurder ben ik meer bezig met de koers van VKI: welke vraagstukken spelen er in de zorg? Dat vind ik zo mooi aan VKI: de projecten en kennisproducten worden bepaald door wat er speelt bij de aangesloten zorgorganisaties. Daarom ben ik extra trots dat VKI in de afgelopen jaren haar netwerk heeft verbreed. Met nieuwe samenwerkingspartners, maar ook met nieuwe zorgprofessionals. Vroeger richtte VKI zich vooral op wijkverpleegkundigen, nu zet ze ook verzorgenden op de kaart!’
Wat vind jij de kracht van VKI?
‘De kracht is dat VKI vraagstukken oppakt die mensen in de zorg bezighouden. Inhoud verbindt en dan maakt het niet uit van welke organisatie je bent. We werken samen en leren van elkaar. Een kracht is ook dat VKI steeds naar nieuwe vormen zoekt om kennis te stimuleren of te delen. Vroeger waren dat vooral bijeenkomsten, nu zijn er ook werkboekjes, trainingstheater en praktijkonderzoeken. En wat je merkt, is dat ze daarbij de juiste deskundigen betrekt die verstand hebben van de zorg. Of het nu docenten zijn bij praktijkonderzoek of acteurs in trainingsfilmpjes. Ze spreken de taal van onze zorgprofessionals.’
Welk VKI-project springt er voor jou uit?
‘Oei, dat zijn er meerdere… Ik denk nu aan de projecten die meer impact hebben gehad dan oorspronkelijk was bedacht. Zo zijn vanuit VKI bij ons sessies georganiseerd met naasten, vrijwilligers en zorgverleners: hoe kijken we nu naar de zorg en hoe zouden we het willen? Die gesprekken waren zó waardevol dat we ze ook op andere plekken gaan organiseren. En, waar ik nog altijd blij mee ben, is een verhalenboekje dat we samen met VKI hebben gemaakt als maatwerkproject. We wilden verhalen delen over werkplezier en de liefde voor het vak. Dit boekje gebruiken we nog steeds. We geven het bijvoorbeeld aan nieuwe medewerkers, zodat ze gevoel krijgen bij onze organisatie.’
Welke thema’s zullen in de toekomst meer aandacht van VKI vragen?
‘We proberen als organisatie steeds duidelijker te zijn over wat je van ons kunt verwachten, en wat niet. Hoe ga je het gesprek aan over passende zorg? Dit speelt natuurlijk niet alleen bij ons. Dus is het waardevol om samen met collega-zorgorganisaties te beoordelen: wat doen we hier al in en welke tools missen zorgprofessionals nog? Zo ontwikkelen we in het VKI-netwerk echt iets waar behoefte aan is.’
We hebben ook bestuurders van onze andere kernpartners geïnterviewd. Lees deze interviews hier:
VKI stimuleert ruim twintig jaar de ontwikkeling en het werkplezier van verzorgenden en verpleegkundigen in de verpleeg- en thuiszorg. Dit doen we dankzij de samenwerking met gedreven zorgorganisaties die hun medewerkers de ruimte geven om te leren en te groeien in hun vak: Laurens, Careyn, ActiVite, Topaz, De Zellingen en Marente.