‘Je hoeft echt niet alles alleen uit te vinden’

‘Je hoeft echt niet alles alleen uit te vinden’

Vrijdagochtend 9 uur verschijnt Ellen Hoogervorst energiek in beeld. De nieuwe bestuurder van Laurens heeft net een rondje hardgelopen. ‘Heerlijk vind ik dat. Het lukt niet altijd met mijn werk en gezin, maar ik start de dag dan echt anders.’ Ze is dan ook helemaal klaar voor het interview over de samenwerking in ons netwerk. Wat levert het op voor ‘haar’ verzorgenden en verpleegkundigen? En welk VKI-project springt er voor haar uit?

 

Als je jou googelt valt op dat je netwerken belangrijk vindt. Kun je vertellen waarom? 

‘Ik denk dat samenwerking belangrijk is voor de zorg die we leveren. Je hoeft echt niet alles alleen uit te vinden. Grote organisaties zijn daar weleens toe geneigd. Maar zeker bij de organisatie waar ik hiervoor werkte, CuraMare op de Zuid-Hollandse eilanden, leerde ik hoe belangrijk samenwerken is. Alles is er ver weg, dus moet je het samen doen.’

 

Wat betekent ‘samen’ voor jou?

‘Samen gaat voor mij in de eerste plaats over de medewerkers en cliënten. En vervolgens al snel over alle mensen die betrokken zijn bij de zorg. Dus familie, buren, mantelzorgers, vrienden. En vaak ook nog organisaties waarmee we samenwerken in een buurt of wijk. Alles alleen oplossen, vind ik dus een heel achterhaald idee. Dat wil niet zeggen dat samenwerken altijd makkelijk is. Er zijn allerlei redenen om juist niet samen te werken. Omdat het ingewikkelder wordt, het tijd kost, je ervoor moet reizen of je andere woorden moet gebruiken. Dus hoe belangrijk het ook is, het zal regelmatig extra energie en aandacht vragen.’

 

Je bent pas sinds de zomer bestuurder bij Laurens én VKI. Heb je al ervaring opgedaan met het VKI-netwerk? 

‘Zeker! Het was wel grappig, want VKI stond zelfs in mijn eerste week al op de agenda. Dat kwam, heel praktisch, omdat er een VKI-bestuursvergadering gepland stond. En ik had een zeer warme aanbeveling gekregen van mijn voorganger, Arjan Bandel. Hij was lovend over de toegevoegde waarde van VKI voor de ontwikkeling van verzorgenden en verpleegkundigen. In de zorg ligt de focus vaak op de technische ontwikkeling, zoals bijscholingen voor voorbehouden handelingen of BHV, maar de passie zit op een heel ander terrein. Medewerkers willen zichzelf en hun vak doorontwikkelen, en daar biedt VKI echt heel mooie programma’s voor. In mijn vorige baan als bestuurder van CuraMare is mijn oog ook al eens op VKI gevallen, dus dat ik hier nu daadwerkelijk aan mag bijdragen, vind ik wel heel bijzonder.’

 

Welk VKI-project springt er voor jou uit?

‘Dan kies ik Praktijkwijs. In mijn eerste bestuursvergadering met de andere zorgorganisaties in het VKI-netwerk hebben we uitgebreid gesproken over dit nieuwe ontwikkeltraject. Wat ik zo mooi vind aan Praktijkwijs is dat het de zorgprofessional én de teamleider centraal stelt. Ze krijgen de ruimte om samen met hun team even uit de dagelijkse praktijk te stappen en die vervolgens zelf te verbeteren.

Wat ik ook mooi vind aan dit traject, is dat het aansluit op alle kennis en expertise die al aanwezig is in organisaties of de sector. Er zijn al goede richtlijnen of handige tools, maar die werken niet altijd in de praktijk. Waarom niet? We zijn dan geneigd steeds weer wat nieuws te bedenken, maar dat hoeft vaak helemaal niet. Er zit al veel in het bestaande. In Praktijkwijs krijgen zorgprofessionals en teamleiders de ruimte om samen met hun team te onderzoeken welke kennis wél voor hen werkt, en op welke manier.’ 

 

VKI sluit steeds aan op wat zorgprofessionals nodig hebben. Welke thema’s zullen in de toekomst op de agenda staan? 

‘In de maatschappij, en zeker in de ouderenzorg, maken we een beweging van ‘zorgen voor’ naar ‘samen leven’. Dat vraagt veel van het samenspel van de verzorging en verpleging met de mantelzorgers en het netwerk van die cliënt. Je zult je als professional anders moeten verhouden in een zorgzame maatschappij, waarin bijvoorbeeld ook buren meehelpen. Hoe doe je dat? En wat vraagt dit van jouw vak? Dit zal de komende jaren zeker op de VKI-agenda staan. VKI is voor mij een setting waarin je het wiel niet alleen hoeft uit te vinden, maar we juist in gezamenlijkheid kijken: waar lukt het wel en wanneer niet? We trekken samen op en leren van elkaar. Het is eigenlijk een exponent van hoe we de grote vraagstukken in Nederland moeten aanpakken. Veel minder vanuit je eigen koker en veel meer in verbinding met anderen.’

 

VKI stimuleert ruim twintig jaar de ontwikkeling en het werkplezier van verzorgenden en verpleegkundigen in de verpleeg- en thuiszorg. Dit doen we dankzij de samenwerking met gedreven zorgorganisaties die hun medewerkers de ruimte geven om te leren en te groeien in hun vak: Laurens, Careyn, ActiVite, Topaz, De Zellingen en Marente.

Deel met een collega